MICHAEL VAN DEN ABEELE - SENTINEL

11 SEP - 01 NOV 2011
OPENING SATURDAY 10 SEP, noon-7pm


Metamorphoses

Now I am ready to tell how bodies are changed
Into different bodies.
I summon the supernatural beings
Who first contrived
The transmogrifications
In the stuff of life.
You did it for your own amusement.
Descend again, be pleased to reanimate
This revival of those marvels.
Reveal, now, exactly
How they were performed
From the beginning
Up to this moment.

Ovidius, Metamorphoses

Michael Van den Abeele maakt onduidelijke dingen. Zijn sculpturen zijn niet per se sculpturen. Toch staan ze in de ruimte. Zijn schilderijen zijn geschilderd, maar wat ze precies representeren is niet duidelijk. Op de een of andere manier zijn ze figuratief; Michael maakt geen abstracten. Elk van de werken toont verschillende dingen tegelijk, abstracte tekens, symbolen, objecten. Vaak figureren er zoveel verschillende soorten elementen in de werken dat het soms geschilderde collages lijken; Fragmenten van verschillende universa die op het tableau, het schilderij, zijn samengebracht.
Elk van de dingen die worden getoond is echter zelf geschilderd, en de onderdelen zijn uiteindelijk minder herkenbaar dan wat je bij eerste blik zou veronderstellen.
Michael Van den Abeele maakt geen surrealistische kunst. De werkelijkheid wordt niet op zijn kop gezet. Er wordt simpelweg een werkelijkheid gecreëerd, als een soort vignet. Elk van de onderdelen van het werk heeft een eigen textuur of transparantiegraad die specifiek is, en alleen door hem zelf te schilderen, te bedenken, deel kan uitmaken van het geheel. De toets en (schilder) stijl van elk van de dingen is fundamenteel. Sommige dingen zijn zacht aangezet, andere snel geschilderd. Op bijna elk doek vind je die verschillende stijlen.
Omwille van die verschillende toetsen/stijlen geven vele werken de indruk van een equilibrium, een precies gekozen tussenstand. Deze tussenstand lijkt niet arbitrair, maar juist getimed, alsof hij op voorhand specifiek en bewust is uitgezet.

Alle getoonde werken zijn portretten van figuren. Alleen, de figuren zijn niet in een specifieke aggregatietoestand aanwezig en daarom niet als duidelijk lichaam herkenbaar. De portretten tonen de figuren als een amalgaam van verschillende lichamen tegelijk. Soms zijn ze tastbaar en wel afgelijnd, soms alleen maar sporen of tekens. Soms een verontrustende combinatie van geometrieen, een spook, een echo of een overblijfsel van een idee.
Elk van de portretten is vastgeprikt of een specifieke achtergrond. De figuur bevolkt als het ware de sferische achtergrond waarvoor hij door de schilder is vastgelegd. Voor- en achtergrond, context en 'figuur' zijn herkenbaar en singulier. Het zijn fundamenteel andere onderdelen van eenzelfde schilderij. Ze zijn van elkaar gescheiden en hebben elk hun eigen karakter: scherp en gecomponeerde figuren tegenover een vage, atmosferisch en ongedefinieerde achtergrond. De een staat voor de andere.

Hoewel de (samengestelde) figuren scherp afgelijnd zijn, zijn hun kenmerken verwarrend. Hun identiteit lijkt alleen maar impliciet te worden gesuggereerd, in de combinatie van de verschillende onderdelen en stijlen. Maar wat wordt wel verteld, tussen de fragmenten door? Wat kan men zien in deze hybride identiteit?
In deze combinatie lijkt elk portret een poging tot het tonen van een tussenstand. Een positie tussen verschillende incarnaties, verschillende lichamen. Elk portret lijkt in dit opzicht een oefening om de complexiteit, de verlangens, de emoties te vatten, die niet zo maar representeerbaar zijn. De tussentoestand is daarvoor uitermate geschikt, het moment dat het personage zijn lichaam verliest, worden zijn gevoelens duidelijker, als in een metamorfose van de ene staat naar de andere.

Ovidius' Metamorfoses is een catalogus van menselijk verlangen. Elk van de metamorfoses is in feite een kort portret van een figuur die transformeert. Hij verliest zijn oorspronkelijke lichamelijkheid en meet zich een nieuwe aan. De transformatie is meestal onafwendbaar, het resultaat meestal prozaïsch. Toch is de transformatie zelf een soort goddelijk moment (something devine). In het evenement van de transformatie leren we de persoon (en zijn verlangens) kennen. De metamorfose 'schildert' zodoende het portret van de figuur. Koning Midas transformeert alles tot goud en krijgt naderhand apenoren. De transformaties tonen de persoon Midas. Door de transformatie leren we het karakter kennen, we begrijpen zijn verlangens, zijn frustraties, zijn falen, zijn koppigheid. De virtuositeit van Ovidius zit hem in de suggestie van de staat tussen de verschillende incarnaties. De begin en eindtoestand leent hij van de overlevering. Io wordt koe, Pan wordt blad, Echo wordt geluid.. Opgespannen tussen deze evidente maar ook zeer incongruente en oncombineerbare posities bevindt zich de verbeelding van het verlangen. In Ovidius poëzie maakt de achtergrond het toneel van de transformatie; een functionele background die een geloofwaardige atmosfeer moet bieden voor bij de aggregatietoestanden.

In zijn introductie tot zijn vertaling van een groot aantal van Ovidius’ Metamorphoses, schrijft Ted Hughes over de context waarin het epische gedicht onmiddellijk succesvol bleek. Meer dan een parabel over goddelijk moralisme, is Ovidius’ verzameling poëtische vignetten immers een schets van menselijk verlangen en extase in een tijdperk waar het hemels gewelf net was neergekomen. Onder Augustus, zo schrijft Hughes, was het polytheïsme net geïmplodeerd en was het christendom nog niet goed gearriveerd. Ovidius’ complexe portretten zijn in dit opzicht een fascinerend tijdsbeeld: menselijk verlangen surfend op de fragmenten van een mythisch verleden.
Michael Van den Abeele’s figuren zijn portretten van een gefragmenteerde moderniteit. Scherpe platonische vormen, symbolen en objecten lijken overlevenden van Russische Agitprop, twintigste eeuwse DaDa en modernistische propaganda. Zijn portretten representeren daarom in oppervlakkige zin de melancholische mindset van de hedendaagse (moderne) medemens. Het toont fragmenten van herkenbare dingen, echo's van comfort, maar onopgelost, scherp in het midden van het beeld.
Deze oncontroleerbare, niet quantificeerbare realiteit is uitdeinend, zonder referentie, en zonder soelaas. Net als Ovidius’ gefragmenteerde blauwdruk niet alleen tijdsbeeld is en - zoals alle klassieken - oneigentijds en universeel is in zijn impliciete thematiek. Zo ontsnapt ook in Michael Van den Abeele’s werk de inhoud aan de oppervlakkige lezing van de getoonde fragmenten, tussen de verschillende aggregatietoestanden. Oneigentijdsheid is enkel impliciet mogelijk.

Kersten Geers

1 / 11


Michael Van den Abeele
Nietzscheaanse gymnast, 2011
Metal, plaster, fiberglass
230 x 310 x 310 cm
Exhibition view Elisa Platteau & Cie Galerie, Brussels, 2011